Dichters gebruiken taal op een andere manier dan we dat in het dagelijks leven doen. Een gedicht kan daardoor woorden en betekenissen laten klinken die we anders misschien niet opmerken. En daardoor woorden geven aan waarvoor we eerder geen woorden konden vinden.
In de poëziesessies luisteren we naar een gedicht, spreken we er samen over en schrijven we zelf. Zo kunnen woorden en beelden in ons tot leven komen die iets vertellen over wie we zijn. Door dit met elkaar te delen, leren we ook onszelf beter kennen.
Werken met poëzie
Voor iedere sessie ontvang je vooraf een gedicht. Tijdens de bijeenkomst dragen we het aan elkaar voor en luisteren we naar wat het gedicht bij ons oproept.
Daarna gaan we zelf schrijven. We sluiten Zoom tijdelijk af, zodat iedereen in rust kan werken. Vervolgens komen we weer samen. We delen onze ervaringen en dragen onze eigen gedichten aan elkaar voor.
Het gaat niet om het schrijven van een ‘goed’ gedicht. Het gaat om wat de woorden in jou wakker maken en wat er vanuit jezelf naar voren komt.
Een gedicht van Rumi dat hier mooi bij aansluit is De herberg:
Dit mens-zijn is een soort herberg,
elke ochtend weer nieuw bezoek.
Een vreugde, een depressie, een gemeenheid,
een kort moment van bewustzijn,
komt als een onverwachte gast.
Verwelkom en ontvang ze allemaal,
zelfs als het een menigte van verdriet is,
die met geweld je hele huis leegveegt.
Behandel toch elke gast met respect.
Misschien maakt hij ruimte vrij voor iets nieuws.
— Rumi
Hoe werkt het?
De poëziesessies vinden plaats via Zoom. Elk semester zijn er drie bijeenkomsten op donderdagochtend van 9.30 tot 11.00 uur.
Je hebt geen ervaring met poëzie of schrijven nodig.
De tutor is Madeleine Hagemeijer.